Jean Desmet

Jean Conrad Ferdinand Desmet, de oudste uit een gezin van zes kinderen, wordt in 1875 geboren in het Belgische Elsene / Ixelles, onder de rook van Brussel. Rond 1880 verhuist het gezin Desmet naar ’s Hertogenbosch, waar vader Desmet werk had. Jean is nog geen twintig jaar als zijn ouders kort na elkaar sterven. De verantwoordelijkheid voor zijn jongere broers en zussen komt nu op zijn schouders terecht.

De jonge Desmet verdient de kost met draaiorgels, waarmee hij kermissen en jaarmarkten afgaat. Met hard werken, gekoppeld aan een spreekwoordelijke zuinigheid, slaagt hij er al spoedig in grotere attracties te exploiteren. Zeer winstgevend blijkt het “Rad van Fortuin”. In de zomer van 1905 wordt echter de loterij-wet van kracht en moet Desmet uitzien naar een nieuwe attractie. Korte tijd later staat hij op de markt met een soort glijbaan, de “Canadian Toboggan”. De Toboggan is een groot succes, maar wordt in diverse steden verboden, omdat het in de ogen van de autoriteiten niet zonder gevaren is. Nooit voor een gat te vangen verschijnt Desmet in 1906 op de markten met z’n “Imperial Bioscope”, een reisbioscoop die alle andere in grootheid en decoratieve rijkdom overtreft.

Voor de inventaris van het archief open PDF bestand helemaal onderaan.

Desmet is een man die altijd vooruit kijkt. Hij heeft al snel door, dat vaste bioscopen de toekomst hebben, onder meer door op handen zijnde technische veranderingen, zoals de ontwikkeling van een landelijk electriciteitsnet. In 1909 opent hij zijn eerste vaste bioscoop, de “Cinema Parisien” in Rotterdam, in 1910 gevolgd door een gelijknamige vestiging aan de Nieuwendijk in Amsterdam. Vanaf dit adres bestuurt hij een snel groeiend bioscoop-imperium. In korte tijd worden nieuwe bioscopen geopend in Bussum, Vlissingen, Amersfoort en Delft. Hij bezit een concertzaal annex café in Eindhoven en een aantal panden (waaronder bioscoop “Royal”) aan de Coolsingel in Rotterdam. Tenslotte is hij, samen met de heren De Hoop en Hamburger, mede-eigenaar van de luxe-bioscopen “Palace” en “De Munt” aan de Kalverstraat in Amsterdam.
Desmet neemt zijn naaste familie mee in zijn succes. Broer Theo wordt directeur van “Bellamy” te Vlissingen. De concertzaal te Eindhoven wordt in 1917 omgebouwd tot bioscoop (“Parisien”) en broer Mathijs krijgt er het beheer over. In 1920 wordt deze Mathijs eigenaar van het bedrijf en slaagt erin een eigen bioscoopketen op te zetten, dat hij tot zijn dood in 1967 zal besturen. Desmet’s zwager, Piet Klabou, krijgt het beheer over “Parisien” Amsterdam.

Zus Henriëtte heeft een eigen bioscoopje in Rotterdam (“De Gezelligheid”), maar onderhoudt wel zakelijke contacten met Desmet. Zij huurt filmprogramma’s bij hem. Jean Desmet beperkt zich namelijk geenszins tot de exploitatie van bioscopen. Hij koopt films op bij alle grote Europese maatschappijen en is tot het midden van de jaren ’10 de grootste filmdistributeur van Nederland. Dan gooit de Eerste Wereldoorlog roet in het eten. Vanaf 1915 neemt de Europese aanvoer van films af. De Verenigde Staten neemt de aldus ontstane plaats in, maar Desmet slaagt er niet in goede betrekkingen aan te knopen met de snel in belang groeiende Amerikaanse filmmaatschappijen. Aan het eind van het decennium ziet hij zijn monopolie-positie aangetast door de opkomst van steeds meer concurenten. Zijn zwager Piet Klabou blijft bedrijfsleider van “Parisien” Amsterdam. De andere bioscopen verzelfstandigen of worden in de loop der tijd verkocht.

Desmet zelf gaat zich steeds meer concentreren op meer lucratieve onroerend goed transacties en op nieuwe amusementsprojecten, die soms een ietwat futuristisch karakter dragen. Zijn grote droom, de bouw van een enorm amusementspaleis (“Flora”) in de Amstelstraat, compleet met kunstijsbaan, bioscoop, dakterras en concertzaal, blijft door de komst van de grote depressie en het daarmee gepaard gaande kapitaalgebrek onvervuld.

In 1955 vindt een grote huldiging van Desmet plaats ter ere van zijn 80e verjaardag. Een jaar later overlijdt deze belangrijke filmpionier.

DE COLLECTIE

De Desmet-collectie zoals die bij het Filmmuseum is binnengekomen in 1957[!] bestond uit verschillende materialen. Hieronder volgt een korte beschrijving, waarbij het belangrijk is te realiseren, dat het gaat om het materiaal dat bij het Filmmuseum terecht is gekomen. De oorspronkelijke collectie was vermoedelijk veel groter.

Films

De collectie bestaat uit 916 films met een totale lengte van ongeveer 200 kilometer. Deze hele collectie bestaat uit zgn. Nitraatfilm, een instabiel en hoogst ontvlambaar materiaal dat in de loop der jaren tot zelfontbinding overgaat. De enige manier om deze ontbinding een halt toe te roepen is om het oude materiaal op nieuwe acetaatfilm over te zetten en het origineel vervolgens koel te bewaren, hetgeen de laatste jaren is gebeurd.
Bijna alle films dateren uit de periode 1910-1915 en de meeste speelfilms zijn zgn. ‘one-reelers’, films met een lengte van ca. 10 minuten. Dit was de meest gangbare vertoningsduur in die tijd. Van deze 916 films is ong. 80 % een speelfilm, de rest zijn documentaires, reportages en journaals.
Bijna de helft van de films is afkomstig uit Frankrijk, gevolgd door de Verenigde Staten en Italië. De rest (ong. 20%) is afkomstig uit Duitsland, Engeland, Dene-marken en Rusland. Opvallend is dat slechts één film uit Nederland afkomstig is!
Een groot aantal van deze films kan als uniek worden beschouwd, d.w.z. dat de Desmet-kopie voor zo ver bekend de enige kopie ter wereld is.

Affiches

De collectie bestaat uit ca. 2000 affiches, waaronder diverse doublures. Van meerdere films bestaan verschillende affiches, in verschillende formaten of uit andere landen. De meeste affiches zijn vrij groot. Het betreft veelal lithografiëen (steendrukken), hetgeen een krijtachtige indruk geeft. De conditie van de affiches was jarenlang zorgwekkend. Vele waren beplakt met het zgn. Crêpe-tape, dat het materiaal langzaam maar zeker aantast. Ook de kwaliteit van het papier was dusdanig inferieur, dat de affiches uiterst bros waren geworden. Gelukkig heeft het Filmmuseum m.b.v. het Deltaplan voor Cultuurbehoud (een grootscheeps conserveringsproject, uitgevoerd door de Mondriaanstichting) deze unieke collectie kunnen redden voor de toekomst. Inmiddels zijn ook alle affiches gedigitaliseerd en online raadpleegbaar in het Informatiecentrum. Evenals bij de films bevat ook deze collectie veel (buitenlandse) exemplaren, die voor zover bekend de enige overgeblevene zijn.

Foto’s

Van bijna 700 films zijn foto’s aanwezig. Foto’s omvatten twee categoriëen: vitrine-foto’s (of ‘stills’) en zogenaamde frame-stills (polaroids). Vitrine-foto’s zijn in de regel oud, omdat ze gemaakt zijn tijdens de filmopnames. Ze ademen dezelfde atmosfeer uit, maar komen niet precies overeen met wat er door de filmcamera is opgenomen. Frame-stills daarentegen zijn door het Filmmuseum zelf gemaakte vergrotingen van beeldjes uit de eigenlijke film en zijn daardoor identiek aan het filmbeeld.

Publiciteitsmateriaal

Naast genoemd materiaal bevatte de Desmet nalatenschap ook vele honderden stuks publiciteitsmateriaal. Voornamelijk betrof het hier weekcatalogi waaruit Desmet films kon bestellen. Het is niet duidelijk welke films hieruit ook daadwerkelijk door Desmet werden gedistibueerd, maar het levert een schat aan titels uit de vroege periode van de cinema. Ook waren er wel folders bij één film.

Papier

Desmet was een zuinig man, die bovendien altijd rekening hield met onvoorziene toekomstige situaties. Daarom werd niets weggegooid en zeker geen administratieve stukken, die nog een rol zouden kunnen spelen bij schadeclaims of anderszins een bewijsfunctie zouden kunnen hebben. Op deze manier is er een indrukwekkende hoeveelheid papier, dat de tand des tijds heeft doorstaan. Dit is het eigenlijke archief. Het geeft een uniek inzicht in filmdistributie c.q. bioscoopexploitatie van de vroege jaren van de cinema tot in de jaren ‘50.

HET BOEK

In maart 2000 is een academisch proefschrift verschenen van de hand van Ivo Blom[1], waarin uitgebreid de handel en wandel van Jean Desmet wordt onderzocht in de periode 1907-1916. Voor dit proefschrift heeft Blom uitgebreid onderzoek gedaan in de Desmet-collectie en in het archief. Ten behoeve van gebruikers van dit boek, waarin nog verwezen wordt naar de oude inventaris, is een omnummer-lijst gemaakt. Via deze lijst is het bijbehorende nieuwe inventaris-nummer op te zoeken. De lijst is opvraagbaar via de afdeling Filmgerelateerde collecties.

HET ARCHIEF
Toelichting bij de reorganisatie van 2001

In de jaren dat de Desmet-collecties in het bezit van het Filmmuseum is hebben veel mensen zich met het archief beziggehouden. Al in een vroeg stadium zijn de onderdelen ‘film’, ‘affiches’, ‘foto’s’ en ‘publiciteitsmateriaal’ uit het archief verwijderd en ondergebracht bij de respectieve collecties binnen het Filmmuseum. Vanaf het begin is de aandacht vooral uitgegaan naar de films, later ook naar de affiches en de foto’s. Het papieren materiaal is pas later in zicht gekomen (vanaf begin jaren ’90). Men is toen weliswaar aan de ontsluiting begonnen, maar niet op een wetenschappelijke manier, waardoor het karwei nooit naar behoren is afgerond. De plaatsingslijst, zoals die nu voor u ligt, is dus het resultaat van jaren. Het voordeel is dat er veel over is nagedacht, het nadeel dat er veel is veranderd t.o.v. de oorspronkelijke orde. Een groot probleem is dat het niet altijd duidelijk is, hoe het archief oorspronkelijk in elkaar zat. Er is nu dan ook geen poging meer gedaan, de oorspronkelijke orde te herstellen. Er is uitgegaan van de plaatsingslijst zoals die als laatste was gemaakt (rond 1995). Deze is helderder gemaakt op plaatsen en vooral korter. Zaken die in de lijst stonden zijn in bepaalde gevallen verplaatst naar een bijlage en zoveel mogelijk onder één nummer geplaatst. Hierdoor kon vermeden worden dat de nummering boven de 1000 zou uitkomen. (inv.nrs. 66-78 en 96-109). De indeling van het archief volgt in feite het leven van Jean Desmet en geeft een overzicht van zijn belangrijkste activiteiten. Dit komt in de inhoudsopgave het duidelijkst naar voren.
Omdat Desmet zich ná 1920 aanzienlijk minder bezig hield met film is al in een eerder stadium besloten alleen deze periode te ontsluiten (met enkele filmgerelateerde uitlopers, zoals het Flora-project uit de jaren ‘30). In een extern depot bevindt zich dus nog de rest van het archief, dat doorloopt tot in de jaren ’50. In een later stadium zal wellicht besloten worden ook dit deel te ontsluiten.

HET ARCHIEF
Toelichting bij de reorganisatie van 2008

In 2007 komt het Desmet archief opnieuw in de schijnwerpers. Ditmaal via subsidiegever Metamorfoze, die archiefinstellingen in staat stelt bepaalde archieven stuk voor stuk te fotograferen. Besloten wordt om het archief van Jean Desmet aan te melden. Het voldoet aan alle eisen en dus volgt een tweede grote reorganisatie in 2008. Ditmaal is het deel van het archief aan de beurt dat zich nog in depot bevindt. Het was een algemeen aangenomen feit dat Desmet zich na 1920 niet meer met film bezig had gehouden. Niets blijkt minder waar. Een eerste beschouwing van de altijd buiten het archief gehouden stukken geeft al snel een ander beeld. Series m.b.t. de bioscoop Parisien in Amsterdam gaan gewoon verder, tot aan Desmets overlijden in 1956. Het geeft een goed beeld van de exploitatie van een bioscoop in die jaren (inclusief de oorlogsjaren!). Daarnaast hield hij zich zijdelings ook bezig met andere bioscopen. Deze ‘nieuwe’ stukken zijn aan het archief toegevoegd met een nieuwe nummering vanaf inv.nr. 501, maar wél tussengevoegd in de lijst. Voor een overzicht van de nieuw toegevoegde stukken raadplege men bijlage 5 (p. 77).

Opnieuw deed zich het probleem voor van de oorspronkelijke orde. Ook bij de toelichting van 2001 meldde ik dit euvel. Het probleem was nu groter, omdat series aangevuld moesten worden. In de jaren ’90 van de vorige eeuw heeft men de inhoud van ordners uit elkaar gehaald om zo nieuwe reeksen te maken, zonder melding te maken van herkomst. Het was nu gokken uit welke originele series stukken afkomstig waren. Dit probleem doet zich met name voor bij Parisien Amsterdam en wel de reeksen binnen de paragrafen Projectie (inv.nrs. 310-314 vs 511-532) en Financiële stukken (inv.nrs. 321-342 vs 535- 598).
Waar mogelijk heb ik geprobeerd aansluiting te zoeken bij de oude lijst en heb ik aangegeven wat de historische naam van een omslag was (dat is de naam die Desmet op de rug van een ordner schreef). Dit gebeurde ook al vaak bij de ‘oude’ inventaris. Waar dit niet was gebeurd heb ik de vermoedelijke historische naam vermeld tussen vierkante haken.

Onroerend goed

Het werd altijd aangenomen dat Desmet na zijn bioscoop carrière in onroerend goed was gegaan. Dit blijkt niet te kloppen. Sterker nog, de NV Amsterdamse Maatschappij tot Exploitatie van Onroerende goederen Fortuna bestaat al sinds 1909 en is daarmee ouder dan zijn bioscoopbedrijf. Niet alleen om deze reden, maar ook om het archief nu eens volledig aan te pakken, is besloten het gehele archief, dus ook de onroerende zaken, te laten scannen in het kader van Metamorfoze. Het is weliswaar niet van direct filmbelang, maar sociaal-historisch is het in veel opzichten wel belangrijk. Het geeft heel gedetailleerd weer wat er bij kwam kijken een groot aantal huizen te verhuren, hoe hem dat financieel gewin bracht en hoe hij glorieus de oorlog wist door te komen. Zonder dit deel van het archief is de persoon Desmet maar half te begrijpen en zou het archief altijd maar deels ontsloten blijven. Dankzij Metamorfoze is nu voor het eerst het complete Desmetarchief beschikbaar. Ook de overige niet-filmgerelateerde activiteiten zijn namelijk opgenomen in de inventaris zoals zijn avontuur met de wolkenprojectie, de logger Jeanne Aleida en zijn aandelenhandel.

Ontbrekende stukken

Hoewel vele stukken en series bewaard zijn gebleven kent het Desmet-archief ook witte vlekken. Dit kan het gevolg zijn van twee grote branden, die ‘Parisien’ Amsterdam hebben geteisterd: sommige archiefstukken vertonen sporen van waterschade, de muziekpartituren zijn door vuur aangetast. Er ontbreken kasboeken en uit de serie ‘Nieuwe Films’ (inv. nrs. 67-77) ontbreekt de episode maart-juni 1915. Ook in de boven beschreven series betreffende Cinema Parisien ontbreken regelmatig grote delen[2]. Dit zijn slechts voorbeelden van ontbrekende stukken. Het blijft belangrijk te realiseren, dat niet elk stuk bewaard is gebleven. Men kán dus wel eens misgrijpen.

Gebruik van de inventaris

De inventaris zou voor zichzelf moeten spreken, maar op enkele punten wil ik nog even wijzen:
De nummering kan soms tot verwarring leiden, maar dat komt omdat de nieuw ontsloten stukken zijn genummerd vanaf 501, zoals al hierboven aangegeven. (Het hoogste nummer van de ‘oude’ lijst was 485). Om de chronologie van de lijst te waarborgen zijn de nummers 501 t/m 689 er in opgenomen, vanaf 691 t/m 916 is de lijst weer numeriek (vanaf N.V. Madrid / Flora-schouwburg). Op zich is dit echter niet van belang voor de gebruiker. Bij aanvraag van een stuk kan gewoon het inventarisnummer worden vermeld dat geheel links op de pagina staat. Enige omzichtigheid is evenwel vereist bij het gebruik van de bijlages en eventueel bij een aanvraag van een van deze stukken. Boven aan elke bijlage is een soort gebruiksaanwijzing opgenomen. Ook is de scheiding tussen privé en zakelijk niet altijd even scherp, zodat het zinvol is beide ‘afdelingen’ te raadplegen. Inventarisnummers voorzien van een asterisk * zijn grote platte dozen. Bij aanvragen dit s.v.p. aangeven.
 
Piet Dirkx
Juni 2001 / juli 2008 / februari 2009 / mei 2011


[1]         Blom, Ivo, Pionierswerk: Jean Desmet en de vroege Nederlandse filmhandel en bioscoopexploitatie (1907-1916), proefschrift Faculteit der Geesteswetenschappen UvA, Amsterdam 2000

[2]    Om eventueel latere plaatsing mogelijk te maken heb ik op voorhand inv.nrs. gereserveerd

Voor de inventaris van het archief open PDF bestand.

JEAN DESMET (PDF bestand)

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in CINETONE, JEAN DESMET en getagged met , , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op Jean Desmet

  1. Sally Mens zegt:

    Ixelles heeft een gewone Vlaamse naam: Elsene.

  2. W.H.A. Vennix zegt:

    Wie kan mij meer informatie geven over de woonwagen gekocht op de wereldtentoonstelling in Luik 1905. Wie was de fabrikant? Foto’s interieur? Alle informatie hierover welkom.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s